Close

06-24226468 webmail@gregtheulings.nl

Welke ‘Lenzen’ voor concert-, sport- en natuurfotografie?

Deze blog gaat wat dieper in op mijn vorige blog ‘Welke lens voor welke foto…’. Deze keer niet alleen informatie voor diegenen die pas net begonnen is met fotograferen. Maar, ik vermoed ook nuttige informatie voor wie al wat langer fotografeert. Het onderwerp van deze blog? ‘Telelenzen’. Want telelenzen zijn er in verschillende brandpuntsafstanden, snelheid voor wat betreft lichtopbrengst en niet geheel onbelangrijk prijsklasses.

Wat voor type ‘lens’ heb je nu eigenlijk nodig voor concert-, sport- of natuurfotografie? Hoe ver moet ik op iemand, een dier of vogel inzoomen om deze beeldvullend op de foto te krijgen, of welke afstand moet ik daarvoor aanhouden? In deze blog leg ik het je allemaal uit!

Nu begrijp ik heus dat de meesten van ons nooit een ‘ereplek’ zullen krijgen langs de lijn van het atletiekveld, of langs de sintelbaan bij de Olympische Spelen of zullen mogen fotograferen tijdens een EK voetbalwedstrijd. Toch kan sportfotografie heel erg leuk zijn om te doen. Ook als je in een wat minder luxe positie zit dan die geaccrediteerde fotograaf langs de lijn.

Misschien wil je weleens een keer de judopartij van je zoon of dochter fotograferen, of die turnwedstrijd, een hockey- of voetbalwedstrijd of een tennistoernooi verslaan. Wat voor objectief heb je daarvoor dan nodig en waarom? Er zijn immers flink wat teleobjectieven te koop, maar niet alle objectieven zijn even geschikt voor ieder type fotografie.

Hetzelfde gaat ook op voor de natuurfotografen. Dieren in het wild fotograferen is natuurlijk superleuk om te doen. Maar veel dieren zijn ook behoorlijk schrikkerig. Dus als je te dichtbij komt vluchten ze voor je weg.

Bovendien… Het fotograferen van een edelhert is weer wat anders dan het fotograferen van een huismus. Toch zul je straks zien dat er veel meer overeenkomsten zullen zijn in de keuze van het objectief dan je nu misschien op het eerste gezicht zult vermoeden.

HOE VER IS ‘VER’? AFSTANDEN EN OBJECTIEVEN…

Een telelens koop je omdat je graag iets dat ‘ver’ weg staat beeldvullend wilt kunnen fotograferen. Maar hoe ver is ‘ver’? Want voor een vogel die je beeldvullend vast wil leggen zul je aanzienlijk dichterbij moeten staan dan voor een Konikpaard. Laat staan een Edelhert, of nog een stukje groter een Eland. En, hoe zit het dan in de dierentuin?

Wil je graag verschillende sporten fotograferen? Ook dan zijn er grote verschillen waarneembaar. Wanneer je een sporthal binnenloopt, dan lijkt zo’n zaal vaak behoorlijk groot. Het speelveld bij basketbal is bijvoorbeeld 28 x 15 meter. Da’s best flink!

Toch is zo’n basketbalveld eigenlijk relatief klein ten opzichte van een voetbalveld…
Want, wist je bijvoorbeeld dat er in één voetbalveld zo’n 17 basketbalvelden passen? Je zult dan ongetwijfeld begrijpen dat je die twee verschillende sporten niet met één en dezelfde ‘lens’ zult kunnen fotograferen.

Hoe ver iets ‘ver’ weg staat is dus relatief en gebonden aan wat je beeldvullend wil kunnen fotograferen. We spreken daarom niet zozeer over ver weg of dichtbij, maar over beeldvullend fotograferen en wat we daarvoor nodig hebben aan objectieven.

BEELDVULLEND FOTOGRAFEREN

Toch zijn er ook een aantal vaste gegevens waar we ons aan vast kunnen houden en die bovendien ook nog eens héél belangrijk zijn om te weten hoe we een onderwerp beeldvullend kunnen vastleggen.

BEELDFORMAAT EN BEELDVERHOUDING

Allereerst is dat het beeldformaat. De beeldverhouding van de sensor is 3:2. Zo weten we dus dat als we iets willen fotograferen dat 3 meter breed is het maximaal 2 meter hoog mag zijn om dit beeldvullend in het kader vast te leggen.

Als we dus bijvoorbeeld sporters beeldvullend willen fotograferen dan is het handig om te onthouden dat de gemiddelde mens tussen de 1.50 meter en 2.00 meter groot is. Dat betekent dus dat de breedte van het totale kader dan in totaliteit ongeveer 3 meter beslaat.

Afbeelding: © Greg Theulings.
Dit is ongeveer wat je door de zoeker ziet wanneer je een kader wil vullen dat 3 bij 2 meter breed en hoog is.

SENSORFORMAAT

Ook een belangrijk vast gegeven is de afmeting van de sensor zelf die in je camera schuil gaat. Voor je Fujifilm camera uit de X-Serie is dat een APS-C sensor met een afmeting van 23,6 x 15.9 millimeter. Dat formaat zal nooit veranderen zolang je met die camera een foto maakt.

BRANDPUNTSAFSTAND VAN EEN OBJECTIEF

Je hebt objectieven met een vaste brandpuntsafstand en zoomlenzen. Een zoomlens kenmerkt zich door een veelvoud van brandpuntsafstanden. Die brandpuntsafstanden bevinden zich overigens wel altijd binnen een vast bereik.

Je hebt immers het kleinste en de grootste brandpuntsafstand waarmee je bij een zoomlens kunt fotograferen. Dat bereik wordt gelukkig altijd op een objectief vermeld, zodat we altijd weten tussen welke brandpuntsafstanden er gefotografeerd kan worden.

Aan de hand van het beeldformaat, het sensorformaat en de branpuntsafstand van een objectief kunnen we overigens héél eenvoudig uitrekenen hoe ver een onderwerp van jou vandaan mag staan om deze beeldvullend in de zoeker en daarmee op de foto te krijgen.

De formule die je daarvoor dan kunt gebruiken luidt als volgt:

(f / s) * w = d

Duidelijk? Nee, vast niet!
Laat ik daarom toelichten waar de verschillende letters voor staan:

f = focal point, ofwel de brandpuntsafstand van het objectief in millimeters.
s = sensor width, ofwel de breedte van de sensor in millimeters.
w = width, ofwel de breedte van het kader bij een beeldverhouding van 3:2 in meters.
d = distance to object, ofwel de afstand tussen de camera tot het te fotograferen onderwerp.

Nu we dit weten, kunnen we dit ook toepassen op een voorbeeld.

ENKELE VOORBEELDEN

Stel je staat in een concertzaal en wil de zanger en de band achter hem beeldvullend fotograferen. Je weet dat de persoon die je wil fotograferen waarschijnlijk niet groter zal zijn dan maximaal 2 meter. De breedte van het kader zal dan nooit breder zijn dan 3 meter. (We hebben het in dit geval dus over een liggende foto).

Om het onszelf wat gemakkelijker te maken hanteren we voor de sensorbreedte van onze Fujifilm camera’s geen 23,6mm, maar 25mm. Dat betekent dus dat we bij ‘beeldvullend’ in dit geval ook nog wat ruimte boven en onder ‘vrij’ zullen houden. Maar we doen dit vooral omdat 25 net even wat eenvoudiger rekent dan 23,6.

Het betekent bovendien dat we direct compenseren voor de zogenoemde ‘crop’ factor. Daarmee zijn alle afstanden en brandpuntsafstanden die ik in mijn voorbeelden noem direct toepasbaar op je Fujifilm camera uit de X-Serie.

Op de camera heb je een 90mm objectief geplaatst. Hoe ver moet je dan van de band afstaan om de zanger beeldvullend te fotograferen?

(f / s) * w = d geeft ons dan:
90 / 25 = 3,6. We weten dat de breedte in dit geval 3 meter zal zijn dus krijgen we vervolgens:
3,6 * 3 => 10,80 meter.

Ofwel, als we een liggende foto willen maken waarbij de zanger beeldvullend op de foto moet worden weergegeven zullen we dus ongeveer een kleine 11 meter van het podium moeten staan.

Zouden we nu bijvoorbeeld een zoomlens gebruiken. Bijvoorbeeld de XF50-140mm dan moeten we dus in ieder geval op 6 meter afstand van de zanger staan (50mm) en maximaal op zo’n kleine 17 meter (140mm).

Zouden we deze foto ‘staand’ willen maken, dan blijft de beeldverhouding hetzelfde 2/3, ofwel tweederde van de afstand van de liggende foto. In het geval van het 90mm objectief zou je dan op zo’n 7 tot 7.50 meter van de zanger kunnen gaan staan.

In het bovenstaande voorbeeld hebben we het gehad over een relatief groot onderwerp dat we willen fotograferen. Een mens is immers geen vogel…

Natuurfotografen daarentegen willen nog weleens graag een kleiner object op de foto zetten. Bijvoorbeeld de hierboven genoemde vogel. Een spreeuw bijvoorbeeld. Die is ongeveer 20 cm groot.

Wanneer je die dus ‘vol’ in beeld wil brengen dan zou het kader dus ongeveer 30 centimeter breed en 20 centimeter hoog moeten worden.

Als we dit zouden willen doen met de bovengenoemde 90mm ‘lens’, dan zouden we ineens:

(90 / 25) * 0,3 = 1,08 meter van die spreeuw af moeten gaan staan met onze camera.

Je raad het al, wanneer je zo dichtbij die spreeuw zou moeten gaan staan, dan is de vogel al lang gevlogen voordat jij hem op de foto zou kunnen zetten. Een 90mm objectief of iets wat daarbij in de buurt komt is dus absoluut niet geschikt voor het fotograferen van vogels.

Om de vogel niet te laten schrikken, waardoor hij dus niet opvliegt, zullen we de afstand met die spreeuw moeten vergroten. We zullen dus verder weg moeten gaan staan. Een minimale afstand is al snel een meter of 6 en vaak zelfs nog wel wat meer. De vraag is dus kun je op die afstand eigenlijk wel een vogel beeldvullend in beeld brengen, en zo ja wat voor objectief moet je daarvoor dan gebruiken?

Uiteraard kun je dus ook de benodigde brandpuntsafstand berekenen als je weet op welke afstand je zou moeten gaan staan. De formule wordt dan iets aangepast, maar werkt in principe op basis van dezelfde parameters. De formule die we dan gebruiken wordt dan:

(s / w) * d = f ofwel, (25 / 0,3) * 6 = 500mm.

Bovendien moeten we ook niet vergeten dat voor eenzelfde foto, die dan staand genomen wordt de afstand tot die vogel nog maar 4 meter mag zijn.

Afbeelding: © Greg Theulings.
Zelfs met een telelens is het soms onvermijdelijk om toch nog redelijk dichtbij te moeten fotograferen. Een objectief met een grote brandpuntsafstand maakt het je wel makkelijker.

Om écht dichtbij een een kleinere vogel te kunnen komen zul je dus vrijwel altijd je toevlucht moeten zoeken tot wat beschutting. Vanachter het raam van je huis, een schuiltentje, vaste bestaande vogelhutten in een natuurgebied of vanuit je auto (jazeker, dat werkt soms beter dan je zou verwachten).

Eenvoudiger, en goedkoper is het echter om gewoon een grote concessie te doen, door de foto bij te snijden zodat hij beeldvullend wordt. Kleinere dieren fotograferen is zelfs met de ‘langste’ telelens daarmee dus helemaal niet zo eenvoudig.

De echte ‘vogelaar’ zal die methode van bijsnijden (croppen) waarschijnlijk verafschuwen, maar zij zijn dan ook bereid om een goede tienduizend euro neer te leggen voor een objectief die een dergelijke foto wel zou kunnen maken. Zij het, dat ze er dan alsnog héél veel moeite voor moeten doen om een dergelijke foto beeldvullend te kunnen maken.

Kortom om kleine onderwerpen beeldvullend te fotograferen, heb je dus een objectief nodig met een flinke brandpuntsafstand. De investering daarvoor kan behoorlijk oplopen. Een beetje valsspelen door de foto bij te snijden is dus niet iets waar je jezelf voor hoeft te schamen. De meeste natuurfotografen die geen enorm budget achter de hand hebben zullen het op die manier doen… Meer megapixels op je camera is dan handig om alsnog een grote afdruk te kunnen maken.

De afstand en de grootte van het te fotograferen onderwerp zijn dus gerelateerd aan de benodigde brandpuntsafstand als we iets beeldvullend willen fotograferen. Toch hebben we niet voor ieder onderwerp direct de ‘grootste’ lens nodig die we maar kunnen vinden. Er spelen ook andere factoren een rol.

Afbeelding: © Greg Theulings.
Links een afbeelding gemaakt op 100mm en rechts gemaakt wanneer de lens wordt ingezoomd tot 300mm.

LICHTSTERKTE

Één van de belangrijkste daarvan is de lichtsterkte van een ‘lens’. Hoe lichtsterker een ‘lens’ hoe makkelijker het is deze te gebruiken als het licht niet optimaal is. Nu zul je misschien denken, maar hoe zit het dan met scherpsdiepte?

Natuurlijk, naarmate je het diafragma verder opendraait verkrijg je een kortere scherptediepte. Maar voor objecten die je op grotere afstand wil fotograferen vormt die ‘korte’ scherptediepte vaak nooit een echt probleem. Je kunt met dergelijke objectieven dus prachtige dingen doen!

Het nadeel van lichtsterke objectieven van het formaat ‘telelens’ is wel dat ze vaak erg duur zijn. Zeg maar gerust onbetaalbaar voor de gemiddelde fotograaf.

Je zult daarom zelden een objectief tegenkomen met én een zeer grote brandpuntsafstand in combinatie met een diafragma dat groter is dan f2 voor 200mm en een diafragma groter dan f4.0 bij een 400mm of groter. Deze laatste objectieven zijn niet alleen bijna niet te betalen voor een gewone sterveling, ze zijn bovendien ook nog eens enorm zwaar door de hoeveelheid ‘glaswerk’ die in zo’n objectief verwerkt zit.

We praten dan dus over die zogenoemde telekanonnen die je weleens langs de ‘lijn’ ziet bij sportwedstrijden of die je heel soms in het wild aantreft bij de echte vogelaars.

Afbeelding: © Greg Theulings.
Afstanden waarbij je beeldvullend kunt kaderen met een grootte van 3 bij 2 meter.

Een dergelijks super lichtsterk objectief zoals een 400mm, 500mm of 600mm f4 objectief zul je (voorlopig) niet tegenkomen in de lens lineup van Fujifilm. Niet omdat Fujinon deze objectieven niet zou kunnen maken, maar omdat de markt voor dergelijke objectieven voor Fujifilm domweg te klein is. Als dit dus écht jouw ‘ding’ is, dan zul je bij Fujifilm voorlopig niet slagen.

Wel is er, volgens de development roadmap van Fujifilm, momenteel een 200mm F2 in de maak en met een 2x extender zou je zo – naar alle waarschijnlijkheid – voor een schappelijk bedrag een 400mm F4 kunnen verkrijgen. Een objectief dat bij Canon al tegen de 7000 euro aanloopt. Ik verwacht dus niet dat die 200mm F2.0 een ‘lekker goedkoop’ objectiefje gaat worden…

De minder draagkrachtige fotografen onder ons zullen het dus moeten doen met een telelens die wat minder lichtsterk is.

Het aanbod telelenzen is bij Fujifilm nog niet heel erg uitgebreid. Het momenteel kortste objectief is een semi telelens en is de XF90mm F2.0. Dit objectief kun je helaas niet voorzien van de tele-extenders. Dat is jammer, want daarmee is niet alleen het bereik beperkt, ook de toepassing voor het fotograferen van sporten wordt erdoor wel erg klein.

Een tweede objectief dat in aanmerking komt als zijnde een tele zoomobjectief is de XF50-140mm F2.8. Dit is momenteel Fujifilm’s meest lichtsterke teleobjectief dat zij in haar assortiment ‘lenzen’ tot haar beschikking heeft. Je kunt dit objectief uitbreiden met de 1.4x en 2.0x tele extender. Je krijgt dan respectievelijk een objectief dat een bereik heeft van 70-196mm F4.0 of een 100-280mm F5.6.

Deze XF50-140mm is daarmee dus een lekker praktische ‘lens’ die voor wat betreft sportfotografie redelijk goed te gebruiken is. Wat je er allemaal mee kunt kun je zien in de infographic.

Als laatste kunnen we momenteel kiezen uit de XF100-400mm F4.5-5.6. Dit objectief is wat minder lichtsterk, maar heeft daarentegen een flink groter bereik. Ook dit objectief kun je ‘verlengen’ door er een 1.4x of 2.0x tele extender te gebruiken. De XF100-400mm krijgt dan een bereik van 140-560mm F5.6-F8.0 of met behulp van de 2.0x tele extender een bereik van 200-800mm. De lichtsterkte loopt daarbij dan wel sterk terug naar F8-F11. In de ochtendzon, of avondschemer zal dit objectief daarom best ‘lastig’ te gebruiken zijn voor natuurfotografen. Om het snelheidsverlies te compenseren zul je daarmee dus al snel de ISO waarde moeten opvoeren. Daarmee boet je dus in aan beeldkwaliteit.

Lichtsterke ‘lenzen’ gebruiken we dus vooral als het licht niet optimaal is. Wanneer we het dan hebben over bijvoorbeeld sportfotografie, dan spreken we dus al snel over gymzalen en sporthallen. Dit soort accomodaties kunnen soms erg slecht verlicht zijn, alhoewel er altijd relatief veel licht op de spelers, sporters of atleten staat. Zo kun je met een iets minder lichtsterk objectief toch redelijk goed uit de voeten.

Maar… in dit geval gaat zeker op; Hoe lichtsterker hoe beter. Tegelijkertijd betekent dat dus ook vaak een stuk duurder!

EEN BEELD ZEGT MEER DAN 1000 WOORDEN.

Misschien vind je al dat rekenwerk om de afstand tussen camera en lens zelf uit te rekenen nog steeds wat teveel gevraagd. In dat geval ben ik de beroerdste niet en wil ik jullie graag tegemoetkomen hoe dat er dan visueel uit zou zien in combinatie met de genoemde objectieven. Dat maakt een en ander toch een stuk duidelijker het spreekwoordelijke ‘een plaatje zegt meer dan 1000 woorden’ gaat ook in deze waarschijnlijk gewoon goed op.

In de infographic die ik je hier laat zien kun je goed zien tot hoe ver je bij gebruik van verschillende objectieven kunt kaderen tot een grootte van 3 bij 2 meter (breedte en hoogte).

Deze afbeelding is overigens al gecompenseerd voor je Fujifilm camera uit de X-serie. De afstanden die je ziet zijn daarmee dus de afstanden die je kunt halen wanneer je bijvoorbeeld een XF50-140mm of XF100-400 gebruikt in combinatie met een Fujifilm X-T2 of X-T20.

Afbeelding: © Greg Theulings.
Deze lenzen kun je gebruiken voor de bovenstaande sporten.

Zoals je ziet kun je met de Fujinon XF50-140 in combinatie met een 1.4x tele-extender al een leuk aantal sporten verslaan, zoals volleybal, basketball of tennis. Dat wil zeggen mits je uiteraard binnen een redelijke afstand van de zijlijn kunt staan. In de genoemde voorbeelden heb ik die afstand gesteld op ± 4.50 meter.

Met de XF100-400mm kun je daarentegen vrijwel alle sporten fotograferen. Tegelijkertijd is de voorwaarde daarbij dan wel dat het licht ‘goed’ moet zijn. Uiteraard gaat deze infographic niet alleen op voor sportfotografie. Je kunt hem ook één op één toepassen op natuurfotografie.

TIP

Wanneer je sport-, concert- of natuurfotografie wil beoefenen is het vaak belangrijk daarvoor een zo’n groot mogelijk diafragma te hanteren (dat wil zeggen een zo’n laag mogelijk f-getal). Zo ‘vangt’ de sensor het meeste licht en kun je kiezen voor lekker snelle sluitertijden. Gebruik nooit langere sluitertijden dan de langste lengte van het brandpuntsafstand dat op het objectief vermeld staat en vermenigvuldig dat met anderhalf.

Wanneer je dus de XF100-400mm gebruikt hanteer je dus als langzaamste sluitertijd die je wil gebruiken een sluitertijd van 1/600e seconde. Gebruik je een XF50-140mm dan hanteer je dus als langzaamste sluitertijd een maximale sluitertijd van 1/250e. Ook is het verstandig om gebruik te maken van een monopod. Zo’n ding wordt ook weleens een éénbeenstatief genoemd. Zo’n statief geeft je extra stabiliteit waardoor je toch wat lagere sluitertijden kunt hanteren. Daarbij plaats je overigens de lens op het statief en niet je camera! Zo voorkom je dat al dat gewicht aan de vatting hangt zonder dat dit wordt ondersteund. Nooit doen dus en altijd een statief gebruiken als dat kan. Bij gebruik van een statief schakel je overigens ook het stabilisatiesysteem van het objectief uit. Alleen zo voorkom je ongewenste trillingen!

CONCLUSIE

Kortom, met een X-T2 of X-T20 kun je prima sporten, vogels of andere dieren fotograferen, zolang je maar weet welk objectief je daarvoor nodig hebt. Een klein dier zoals een vogel of een muisje leg je vast met een ‘lange’ lens. Dat komt omdat je voldoende afstand moet bewaren tot het onderwerp zodat deze niet vlucht. Aan de hand van de brandpuntsafstand en de gebruikte camera kun je uitrekenen hoe ver weg je moet gaan staan om een onderwerp beeldvullend te fotograferen. De gebruikte rekensom is al gecompenseerd voor een APS-C camera en gaat uit van een liggende foto. Wil je dezelfde foto ‘staand’ maken, dan gebruik je dan gebruik je dezelfde rekensom, maar vermenigvuldig je dat met 0.66x. Ofwel, een afstand van 60 meter wordt dan bijvoorbeeld 40 meter.

Meer weten over Fujifilm X camera’s?

Ben je al een Fujifilm gebruiker, of zou je graag meer willen weten over Fujifilm X camera’s, dan is er ook een hele leuke Facebook groep die ik onderhoud en waar je lid van kunt worden. ‘Fujifilm X-Serie Vraagbaak en Foto’s‘, is momenteel de grootste Fujifilm X community van de Benelux. Klik op deze tekst om lid te worden van deze groep.

error: