Close

06-24226468 webmail@gregtheulings.nl

Zo lees je het licht!

De definitie van fotografie zal bij velen wel bekend zijn ‘schrijven met licht’ en dat is precies wat we met fotografie trachten te bereiken. Het vertellen van een verhaal vastgelegd in één beeld. Toch is dat schrijven met licht nog niet zo gemakkelijk als het lijkt. Het behelst, zoals je waarschijnlijk wel weet absoluut wel wat meer dan alleen het indrukken van dat knopje op je camera.

Om een technisch goede foto te kunnen maken is het belangrijk dat je het licht leert lezen, zodat je daarna een juiste belichting kunt kiezen. Licht en belichting zijn dus twee verschillende definities, die niets en toch ook weer alles met elkaar te maken hebben. Het licht leren lezen doe je door het licht eerst goed te analyseren. Je moet weten om wat voor soort licht het gaat. Wat voor effect dat licht heeft en hoe je licht zo optimaal mogelijk kunt gebruiken.

Misschien klinkt dit nu allemaal een beetje ingewikkeld en doet het je hoofd nu duizelen. Maar, naarmate je meer over fotografie leest, je meer fotografeert en je dus meer bezig bent met fotografie zullen de begrippen die ik hierboven heb genoemd wat meer indalen.

Uiteindelijk zul je in staat zijn om alle keuzes bijna intuïtief te maken. Bij het analyseren van het licht gaat het vooral om de hoeveelheid licht en de richting waar het licht vandaan komt. Daarnaast moet je weten welke kleur het heeft en of het licht erg gespreid (zacht) of juist geconcentreerd (hard) is.

HET HERKENNEN VAN LICHT

Wanneer het licht recht van voren op het te fotograferen onderwerp valt, dan zal dat zorgen voor een heel gelijkmatige belichting zonder schaduwen. Dit frontaallicht geeft daardoor een wat vormloos eendimensionaal beeld, want het zijn juist schaduwen die er voor zorgen dat vormen zichtbaar worden en je het gevoel van diepte geven.

Schaduwen zie je eigenlijk het beste als het licht van opzij komt. Driedemensionale vormen en structuren komen door zulk licht vaak goed tot hun recht. Bij tegenlicht komt het licht van achter het te fotograferen object vandaan. Dit zorgt voor silhouetten en donkere vormen zonder veel details die afsteken tegen een heldere achtergrond.

Naast de richting van het licht speelt bij fotografie ook de kwaliteit van het licht een belangrijke rol.

Fel geconcentreerd licht noemen we in de fotografie ‘hard’ licht, waardoor er grote contrastverschillen met grote contrastverschillen ontstaan die scherp afsteken tegen de lichtere delen. Licht kan ook diffuus zijn, waarbij schaduwen subtiel zijn en de overgangen van licht naar donker juist meer geleidelijk verloopt. Dit licht noemen we ‘Zacht’ licht.

De grootte van de lichtbron en zijn nabijheid bepalen of het licht ‘hard’ of ‘zacht’ zal zijn. Hoe groter de lichtbron en hoe dichterbij de lichtbron bij het te fotograferen onderwerp staat, hoe meer het licht gespreid wordt en daarmee dus hoe zachter het licht.

De zon is het grootste hemellichaam dat we in ons heelal kennen, maar omdat de zon tegelijkertijd erg ver weg staat is het desondanks een lichtbron met ‘hard’ licht. Schuift er een wolk voor de zon, dan wordt het licht door de wolk diffuser, zachter en vriendelijker.

Hetzelfde gebeurt wanneer we vitrage voor het raam schuiven. Het felle harde zonlicht wat naar binnen scheen wordt door de vitrage diffuser. Door het licht op deze wijze zachter te maken wordt het licht aangenamer en prettiger om mee te fotograferen.

Het verschil in een portretopname tussen zacht licht (links) en hard licht (rechts). Let vooral op de grote contrastverschillen tussen deze verschillende soorten licht.
Het verschil in een portretopname tussen zacht licht (links) en hard licht (rechts). Let vooral op de grote contrastverschillen tussen deze verschillende soorten licht.

Wie bij fel zonlicht bijvoorbeeld een portretopname wil maken, kan dan beter een plek opzoeken met schaduw dan de geportretteerde fotograferen in het felle zonlicht.

Niet alleen staat het licht in de zon erg hard op het voorhoofd, waardoor deze al snel overbelicht kan raken. De schaduwen onder de ogen en die van de neus worden er extra donker door, waardoor er een groot contrastverschil ontstaat tussen de lichte en donkere delen van het gezicht.

Het probleem van deze enorme contrastverschillen en het harde licht is op te lossen door een schaduwrijke plek op te zoeken. Door het zachtere licht in de schaduw is er minder contrastverschil waardoor er in de schaduw dan mooiere portretopnamen te maken zijn.

KLEURTEMPERATUUR EN WITBALANS

Het licht dat we zien heeft ook een kleur. Dat is iets waar we ons vaak niet van bewust zijn omdat onze hersenen deze waarneming corrigeren. Zonlicht varieert bijvoorbeeld van kleurtemperatuur gedurende de dag. Zodra de zon ’s ochtends opkomt ervaren we dat licht vaak als zacht rood en warm, hetzelfde gaat op voor de avondzon terwijl we datzelfde licht van de zon overdag vaak juist als helder en wit ervaren.

Wanneer we bijvoorbeeld een boek lezen bij het licht van een schemerlamp, dan zulen we de bladzijden van het boek als ‘wit’ ervaren. Zouden we echter een foto maken van dit tafereel, zonder dat we rekening zouden houden met de kleur van het kunstlicht, dan zul je zien dat de bladzijden niet wit, maar juist geel/oranje zouden zijn, net als de hele omgeving er geel/oranje uit zou zien.

Het effect van de temperatuur van het licht op een foto. Om de 'goede' kleuren uit een foto te halen moeten we de camera compenseren voor het soort licht waaronder wordt gefotografeerd. We noemen dit het aanpassen van de 'witbalans'.
Het effect van de temperatuur van het licht op een foto. Om de ‘goede’ kleuren uit een foto te halen moeten we de camera compenseren voor het soort licht waaronder wordt gefotografeerd. We noemen dit het aanpassen van de ‘witbalans’.

Om de foto te corrigeren voor onze natuurlijke waarneming en beleving van het licht, moet er een correctie voor de kleur worden toegepast. Dit corrigeren noemen we in de fotografie ’neutraliseren’. De kleurtemperatuur wordt overigens niet weergegeven in graden Celsius, maar in Kelvin.

De correctie die toegepast moet worden kunnen we instellen op onze camera door het wijzigen van de ‘witbalans’. Wanneer we de camera instellen op de witbalans optie ‘kunstlicht’, dan voegt de camera daar een complementaire kleur aan toe. In het geval van een gele kleurzweem door het kunstlicht wordt er dus een blauwe kleurtint toegevoegd, waardoor het gele licht ervaren wordt als wit licht en de kleurzeem verdwijnt.

Welke kleurcorrectie de camera moet toepassen is afhankelijk van de exacte lichtomstandigheden. Vrijwel alle camera’s hebben instellingen voor kunstlicht, TL-licht, zonlicht, schaduw en flitslicht. Ook kun je de camera vaak instellen op een vaste K-kelvin waarde.

 

De verschillende kleurtemperaturen waaronder de camera zijn werk kan doen en hoe we deze moeten compenseren.
De verschillende kleurtemperaturen waaronder de camera zijn werk kan doen en hoe we deze moeten compenseren.

 

In de meeste gevallen kun je de kleurtemperatuur voor de camera overigens gewoon laten staan op ‘auto witbalans’. De automatische kleurcorrectie werkt tegenwoordig vrij nauwkeurig, waardoor je nog maar zelden aanpassingen aan de witbalans hoeft toe te passen.

Problemen met de witbalans worden overigens vaak veroorzaakt wanneer twee verschillende soorten lichtbronnen met elkaar vermengen. Bijvoorbeeld wanneer kunstlicht en natuurlijk licht in dezelfde situatie aanwezig zijn.

Wie alleen fotografeert in JPEG kan een groot probleem met zijn foto’s hebben wanneer de witbalans niet klopt. Doordat je de kleurbalans voor JPEG bestanden eigenlijk niet goed meer kunt aanpassen is een opname al snel onherstelbaar verpest.

Wie echter fotografeert in RAW kan naar hartenlust de witbalans aanpassen. Het maken van kleurcorrecties in de bewerkingssoftware maakt het zelfs allemaal vrij eenvoudig.

De meeste fotografen zullen bij het horen van het woord ‘belichting’ waarschijnlijk voornamelijk denken aan de hoeveelheid licht die nodig is voor het maken van een goede opname. Ergens wel begrijpelijk, want wie denkt aan belichting denkt niet gelijk aan de kwaliteit van het licht, en daarmee aan de hardheid van het licht, of de richting waar het licht vandaan komt. Toch hebben ook deze zaken te maken met de belichting van de foto.

Want zaken als hardheid van het licht of de richting kunnen achteraf niet meer aangepast worden in bewerkingssoftware. Terwijl het achteraf aanpassen van (kleine) over- of onderbelichting en de kleurtemperatuur uiteindelijk geen enkel probleem vormt wanneer je RAW fotografeert.

Overigens is het natuurlijk altijd beter zoveel mogelijk in je camera direct goed te krijgen zodat je niet achteraf nog uren achter de computer hoeft te zitten om de foto’s nog te bewerken en te corrigeren.

Meer weten over Fujifilm X camera’s?

Ben je al een Fujifilm gebruiker, of zou je graag meer willen weten over Fujifilm X camera’s, dan is er ook een hele leuke Facebook groep die ik onderhoud en waar je lid van kunt worden. ‘Fujifilm X-Serie Vraagbaak en Foto’s‘, is momenteel de grootste Fujifilm X community van de Benelux. Klik op deze tekst om lid te worden van deze groep.

-->
error: